Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[3.3.5] Klassen van luchtdichtheid

Flexibele slangen

De toelaatbare hoeveelheid leklucht wordt gerelateerd aan klassen van luchtdichtheid, waarvoor een toetsingsdruk geldt, die ontleend is aan NEN-EN 1751, NEN-EN 13180 en NEN-EN 15727. Elk soort appendage kent zijn eigen respectievelijke norm, welke terug te vinden is in de legenda van de LAR op https://www.luka.nl/lar-luka-appendage-register/ .
Appendages behoeven enkel op overdruk getest te worden.

Een rapportage van de meting, inclusief een grafische weergave van de luchtdichtheid t.o.v. de genormaliseerde klassen, dient ter goedkeuring via
het secretariaat aangeboden te worden aan het CMT. Enkel appendages welke minimaal voldoen aan klasse C kunnen opgenomen worden in de LAR. Een voorbeeld van een dergelijk rapport / certificaat is terug te vinden in paragraaf 3.3.6.

3.3.5.1 Component volgens norm NEN-EN 1751 (2014):

Minimaal op drie (3) testdrukken gemeten, te weten:

3.3.5.2 Component volgens norm NEN-EN 15727 (2010):

Minimaal op drie (3) testdrukken gemeten, te weten:

3.3.5.3 Component volgens norm NEN-EN 13180 (2002):

Testdruk waaronder gemeten dient te worden is + 1000 Pa.

* Een appendage wordt als rond beschouwt indien de doorsnede (doorstroom oppervlak) rond is.
** Een appendage waarvan de doorsnede (doorstroom oppervlak) rechthoekig is, blijft als zodanig
beschouwt ongeacht of het is voorzien van een ronde aansluiting(en) voor aansluiting op het kanaal.