Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[3.2.13] Actieve koelconvector

Functie
Een actieve koelconvector, of inductie-unit, wordt toegepast in een luchttransportsysteem voor het ventileren, koelen en eventueel verwarmen van een ruimte. De energieoverdracht, om de lucht in de unit te koelen of te verwarmen, vindt plaats door middel van water.

Materiaalkwaliteit en -diktes
Voor normale comfortventilatie worden actieve koelconvectoren vervaardigd uit de volgende materialen:

  • Omkasting: sendzimir verzinkt staal;
  • Frontplaat: sendzimir verzinkt staal;
  • Plenum: sendzimir verzinkt staal;
  • Koel- en verwarmingselement:
    • Pijpen: koper
    • Lamellen: aluminium;
  • Andere materiaalkeuze, afhankelijk van de toepassing, in overleg met de leverancier.

Verbindingen
De actieve koelconvector beschikt over een ronde verbinding.

Afmetingen
De verkrijgbare nominale aansluitdiameters van de actieve koelconvectoren zijn gestandaardiseerd naar NEN-EN 1506 (ronde aansluitingen) en kunnen worden gekozen als aangegeven in de tabellen voor standaardafmetingen, zoals vermeld in dit handboek onder hoofdstuk 2.1.3.6 (ronde aansluitingen). Ze hebben betrekking op de inwendige afmetingen met een tolerantie van +0 tot -5 mm. De beschikbare aansluitdiameters zijn afhankelijk van het fabricaat. De lengte van een actieve koelconvector is afhankelijk van het fabricaat. De meest voorkomende units zijn verkrijgbaar in lengten van 600, 1200, 1800, 2400 en 3000 mm. De breedte van een actieve koelconvector is afhankelijk van het fabricaat. De meest voorkomende units zijn verkrijgbaar in breedten van 300 en 600 mm.

Inspectiemogelijkheden
Het moet altijd mogelijk zijn om tussengebouwde actieve koelconvectoren te inspecteren op werking en vervuiling. Hiertoe dient het mogelijk te zijn de frontplaat eenvoudig te openen of af te nemen.

Montagevoorschriften
Actieve koelconvectoren dienen te worden gemonteerd conform de voorschriften van de fabrikant. Indien aanwezig en deze minimaal voldoen aan de eisen volgens paragraaf 3.1.4.
Er zijn diverse mogelijkheden voor plaatsing van koelconvectoren, zowel vrijhangend als ingebouwd in een verlaagd plafond. Dit is echter fabricaat- en type-afhankelijk. Op de units dienen echter wel montagemogelijkheden te zijn aangebracht om de bak (met behulp van bijvoorbeeld draadstangen), aan het bovenliggende bouwkundige plafond te bevestigen.

Inwendige reinheid
Het verdient aanbeveling om de actieve koelconvectoren te monteren welke voorzien zijn van afneembare frontplaat en scharnierbare batterij.

Duurzaamheidsaspecten
Actieve koelconvectoren met ronde aansluitingen, voorzien van rubberen afdichtingsringen, zijn efficiënt aan te sluiten op luchtkanalen en leveren een bijdrage aan de luchtdichtheid van het luchtkanaalsysteem, indien de appendages voldoende luchtdichtheid bezitten volgens NEN-EN 15727. Actieve koelconvectoren bevatten geen filters of bewegende onderdelen. De units zijn daardoor vrijwel onderhoudsvrij.
Actieve koelconvectoren bieden daarnaast een aantal voordelen ten opzichte van all-air systemen:

  • De energie-overdracht, om de lucht in de unit te koelen of te verwarmen, vindt plaats door middel van water. Energietransport door middel van water is energiezuiniger dan all-air systemen;
  • Er is minder primaire lucht vanuit de luchtbehandelingsinstallatie benodigd, vanwege de inductie in de ruimte en het aanzuigen van lucht uit de ruimte;
  • De units zijn zeer geschikt voor het toepassen van variabele (VAV) of behoefte-afhankelijke (DCV) ventilatie. Het VAV-principe, en in nog grotere mate het DCV-principe, wordt toegepast om energie te besparen. De luchthoeveelheid en dus het benodigde energiegebruik van de luchtbehandelingsinstallatie wordt bepaald op basis van de vraag uit het gebouw of de ruimte. Dit gebeurt op basis van een gemeten waarde uit de ruimte, zoals CO2, temperatuur, aanwezigheid, etc.