Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[3.2.12] Roosterplenum

Functie
Een roosterplenum, of aansluitplenum, wordt toegepast in een luchttransportsysteem voor het aansluiten van een rooster op een luchtkanaal. De drukopbouw binnen het plenum voor het luchttoevoerrooster zorgt bovendien voor een gelijkmatige luchtverdeling en een juiste werking van het rooster.

Materiaalkwaliteit en -diktes
Voor normale comfortventilatie worden roosterplenums vervaardigd uit de volgende materialen:

  • Omkasting: sendzimir verzinkt staal, kunststof of PIR/PUR platen;
  • Andere materiaalkeuze, afhankelijk van de toepassing, in overleg met de leverancier.

Verbindingen
Het roosterplenum beschikt over een ronde boven- of zijaansluiting, voorzien van een rubberen afdichtingsring voor een luchtdichte aansluiting op het luchtkanaalsysteem. Om lekkage of beschadiging te voorkomen, dient boren e.d. bij de montage te worden vermeden.

Afmetingen
De verkrijgbare nominale aansluitdiameters van de roosterplenums zijn gestandaardiseerd naar NEN-EN 1506 (ronde aansluitingen) en kunnen worden gekozen als aangegeven in de tabellen voor standaardafmetingen, zoals vermeld in dit handboek onder hoofdstuk 2.1.3.6 (ronde aansluitingen). Ze hebben betrekking op de inwendige afmetingen met een tolerantie van +0 tot -5 mm. De beschikbare aansluitdiameters zijn afhankelijk van het fabricaat. De afmetingen van het roosterplenum en de aansluiting met het rooster zijn afhankelijk van het fabricaat en het type en de afmetingen van het rooster.

Inspectiemogelijkheden
Om eenvoudige inspectie van het roosterplenum mogelijk te maken, kan er gekozen worden om frontplaten uitneembaar of scharnierbaar te maken.

Montagevoorschriften
De appendage is voorzien van een steekflens, voorzien van een rubberen afdichtingsring. Het schuifdeel wordt in de spiraal gefelste buis geschoven en met popnagels of zelfborende parkers vastgezet.
Indien besteksmatig geen nadere specificatie van de plafondconstructie is aangegeven, wordt er van uitgegaan dat er sprake is van een rasterwerk van 600 x 600 mm voor het inleggen van de plafondroosters.
Roosters dienen te worden aangeleverd per lokaal waar ze gemonteerd moeten worden en voorzien te zijn van een code die correspondeert met een plaatsbepaling op de montagetekening. De opdrachtgever moet er voor zorgen dat de “technische plafondtegels” in het rasterwerk worden gelegd. Zogenaamde “technische plafondtegels” zijn plafondtegels (al dan niet met achterhout) voorzien van sparingen, overeenkomstig de sparingsmaat van de desbetreffende roosters. Het luchtkanaalbedrijf monteert de tegels aan de roosters en plaatst de tegel met rooster in het rasterwerk, op de plaats die is aangegeven op de montagetekening. Vervolgens wordt het rooster met een flexibele slang aangesloten op het kanalensysteem. Om het vuil worden van omliggende plafondtegels te voorkomen, moeten de omschreven werkzaamheden worden uitgevoerd voordat de overige plafondtegels worden aangebracht. Wanneer een rooster wordt geleverd met een moduul plaat van 595 x 595 wordt het rooster rechtstreeks in het rasterwerk van 600 x 600 mm gelegd. Indien besteksmatig omschreven is dat de roosters opgehangen moeten worden, zal dit normaliter gebeuren middels 2 snelhangers (met een maximale lengte van 600 mm) aan het bovenliggende bouwkundig plafond. Wanneer het verlaagde plafond niet uit een rasterwerk bestaat, maar uit in elkaar geschoven platen, lamellen plafond of gips plafond, zullen de roosters middels snelhangers met een lengte van maximaal 600 mm tijdens de montage van de plafonds aan het bovenliggende plafond moeten worden opgehangen. In verband met de planning en het voorkomen van wachttijden dient dit te worden uitgevoerd door derden.

Duurzaamheidsaspecten
Roosterplenums met ronde aansluitingen, voorzien van rubberen afdichtingsringen, zijn efficiënt aan te sluiten op luchtkanalen en leveren een bijdrage aan de luchtdichtheid van het luchtkanaalsysteem, indien de appendages voldoende luchtdichtheid bezitten volgens NEN-EN 15727.