Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[2.6.1] Rechthoekige kanalen van hardschuim met buitenmantel van aluminiumcachering

2.6.1.1 Plaatkwaliteit

De hardschuim luchtkanalen worden vervaardigd van platen met een minimale volumieke massa van circa 30 kg/m3. Deze platen zijn één of tweezijdig voorzien van een aluminiumfolie met een minimale dikte van 60 micron.

2.6.1.2 Plaatdikte

De hardschuim luchtkanalen worden uitgevoerd in de minimale plaatdikte van 25 mm met een tolerantie van +1,5 mm. De luchtkanalen worden bij deze dikte zo gefabriceerd, dat voldoende stijfheid tegen vervorming aanwezig is.

2.6.1.3 Dwarsverbindingen

Dwarsverbindingen van hardschuim luchtkanalen worden zodanig gemaakt, dat een voldoende luchtdichte verbinding wordt verkregen. We maken hierbij een onderscheid tussen verbindingen voor luchtkanalen in een binnenopstelling en luchtkanalen in een buitenopstelling.

2.6.1.4 Langsverbindingen

De kanalen worden vervaardigd uit een vlakke plaat, waarin v-groeven worden gesneden. Deze v-groeven worden verlijmd. De sluitzijden worden onder 45° afgesneden, verlijmd en afgewerkt met een aluminiumtape met een minimale breedte van 75 mm en voor zover nodig voorzien van bijvoorbeeld verbindingskrammen. Indien de hardschuim luchtkanalen aan de buitenzijden worden voorzien van een polyestermantel, dan mag een aluminiumtape met een minimale breedte van 60 mm worden toegepast.

2.6.1.5 Verstijvingen

Luchtkanalen worden met een zodanige stijfheid uitgevoerd, dat hinderlijke vervormingen niet optreden. Uitgaande van toepassing van de minimale plaatdikte volgens 2.6.1.2, worden kanaalvlakken inwendig > 700 mm verstijfd. Afhankelijk van de gewenste specificaties of toepassing kunnen de benodigde schotels en verstevigingsbuizen worden vervaardigd van aluminium of gegalvaniseerd staal.

2.6.1.6 Uitvoeringsmogelijkheden

Enkele uitvoeringsmogelijkheden van hardschuim luchtkanalen zijn:

  • PURschuim met een aluminium cachering buitenmantel en een aluminium
    cachering inwendig, alleen geschikt voor binnenopstelling;
  • PIRschuim met een aluminium cachering buitenmantel en een aluminium
    cachering inwendig, alleen geschikt voor binnenopstelling;

Voor het aanbrengen van de polyestermantel, uitgaande van toepassing van
de minimale plaatdikte volgens 2.6.1.2, zijn de volgende specificaties van
toepassing:

  • 450 gram/m² glasvezels bij een inwendige kanaalmaat < 700 mm;
  • 2x 450 gram/m² glasvezels bij een inwendige kanaalmaat ≥ 700 mm.

2.6.1.7 Afmetingen

De nominale maten van de luchtkanalen worden in mm aangegeven en hebben betrekking op de inwendige (netto) afmetingen met een tolerantie van ±2 mm tot en met een zijde van 1200 mm; ±4 mm met een zijde groter dan 1200 mm. De afmetingen zijn gestandaardiseerd overeenkomstig met de afmetingen van rechthoekige metalen kanalen.

2.6.1.8 Zichtwerk

Indien in een luchttechnische installatie een deel van het luchtkanalensysteem dient te worden uitgevoerd als ‘zichtwerk’, dan zal dit worden uitgevoerd zoals het overige kanaalwerk, tenzij dit in het bestek of de uitvoeringsspecificaties anders is vermeld. Aanvullende maatregelen in het kader van zichtwerk behoren normaliter niet tot de standaard uitvoering.

2.6.1.9 Bochten

h2_2_6_1_9
Bochten worden als volgt uitgevoerd:

  • standaard haakse bochten worden voorzien van schoepen of airturns.
  • segmentbochten met een hoek groter dan 45° dienen te worden voorzien van schoepen;

2.6.1.10 Verlopen

Verloopstukken worden zo uitgevoerd, waarbij de tophoek α maximaal 60° bedraagt.

2.6.1.11 Aftakkingen

Een aftakking (een afsplitsing van een doorgaand hoofdkanaal) kan tot stand worden gebracht door middel van een recht of een stromend hulpstuk en vindt plaats onder een hoek van maximaal 90°. Luchttechnische aspecten bepalen mede het type uitvoering.

2.6.1.12 Instelkleppen

Instelkleppen worden handinstelbaar uitgevoerd en dienen om een installatie in te regelen. Ze zijn voorzien van een deugdelijke vastzetinrichting, waaruit tevens de klepstand blijkt. Het klepblad, van hetzelfde materiaal als het luchtkanaal, wordt uitgevoerd in een enkele plaat met een dikte van tenminste 0,8 mm (uitgevoerd volgens onderstaande tekening) tot een maximale bladbreedte (B) van 300 mm en tot een maximale oppervlakte van 0,09 m². Bij de klepbladen worden de randen evenwijdig aan de asrichting afgerond en verstijfd.

2.6.1.13 Erosiebestendigheid

Teneinde de erosiebestendigheid te kunnen garanderen, zijn de kanalen inwendig afgewerkt met een aluminium cachering. De luchtsnelheid in het kanalensysteem mag nergens meer bedragen dan 12 m/s.

2.6.1.14 Toelaatbare systeemdruk

De maximale toelaatbare systeemdruk bedraagt 750 Pa. Tijdens een persproef wordt het betreffende luchtkanaal éénmaal afgeperst op een testdruk van 500 en éénmaal op een testdruk van 1000 Pascal.

2.6.1.15 Bedrijfstemperatuur

De maximale bedrijfstemperatuur bedraagt voor hardschuim luchtkanalen 90° C.

2.6.1.16 Overgang van kunststof op staal

De overgang van rechthoekige hardschuim kunststof luchtkanalen naar stalen luchtkanalen kan doormiddel van een drietal principes gerealiseerd worden. Welk principe wordt toegepast is afhankelijk van de gewenste overgang. De materiaalkeuze van de overgang is afhankelijk van het stalen luchtkanaal waarop aangesloten dient te worden, bijvoorbeeld gegalvaniseerd staal, RVS of aluminium.

principe 1: de kopse kant wordt afgewerkt met een metaal U-profiel;
principe 2: de kopse kant wordt voorzien van een metaal luchtkanaalprofiel;
principe 3: aan de kopse kant of in de kanaalwand wordt een ronde mond geplaatst.