Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[2.5.1] Rechthoekige kanalen van mineraalwol met buitenmantel van aluminiumfolie

2.5.1.1 Plaatkwaliteit

De mineraalwol luchtkanalen worden uitgevoerd in onderstaande minimale
volumieke massa:

  • glaswol 70 - 78 kg/m3 met een tolerantie 5%;
  • steenwol 150 kg/m3 met een tolerantie 5%.

2.5.1.2 Plaatdikte

De mineraalwol luchtkanalen worden uitgevoerd in de volgende minimale plaatdikten:

  • glaswol 22 mm met een tolerantie van + 1 mm;
  • glaswol 50 mm met een tolerantie van + 1 mm;
  • steenwol 20 mm met een tolerantie van + 1 mm.

De luchtkanalen worden bij deze dikten zo gefabriceerd, dat voldoende stijfheid tegen vervorming aanwezig is.

2.5.1.3 Dwarsverbindingen

Dwarsverbindingen van luchtkanalen onderling worden uitgevoerd:

  • DX51D Z 275 MAC met een tweezijdige zinklaag van 275 g/m2 volgens drievlakkenproef gemeten (gemiddelde dikte van 20 micron per zijde). Plaatkwaliteit/zinkkwaliteit volgens NEN-EN 10346, toleranties volgens NEN-EN 10143.
  • DX51D ZMA140 AC met een tweezijdige zinklaag van 140 g/m2 volgens drievlakkenproef gemeten (gemiddelde dikte van 10 micron per zijde). Plaatkwaliteit/zinkkwaliteit in lijn met NEN-EN 10346, toleranties in lijn met EN 10143.

De plaatstalen profielen worden deugdelijk op de kanalen bevestigd.

2.5.1.4 Langsverbindingen

Langsverbindingen worden als geprofileerde naden uitgevoerd en afgewerkt met een aluminiumtape met een minimale breedte van 75 mm, in het geval van kanalen met een aluminium buitenmantel.

2.5.1.5 Verstijvingen

Luchtkanalen worden met een zodanige stijfheid uitgevoerd dat hinderlijke vervormingen niet optreden. Uitgaande van toepassing van de aanbevolen minimale plaatdikte, volgens 2.5.1.2, worden kanaalvlakken met een breedte > 600 mm bij glaswol en 1200 mm bij steenwol, inwendig versterkt met verstijvingen van verzinkt materiaal. Deze worden door middel van parkers met ringen op de kanaalvlakken aangebracht. Aantal verstijvingsprofielen: 1 per 0,75 m² wandoppervlak bij glaswol en 1 per 1,25 m² wandoppervlak bij steenwol.

2.5.1.6 Afmetingen

De nominale maten van de luchtkanalen worden in mm aangegeven en hebben betrekking op de inwendige afmetingen met een tolerantie van +/- 2 mm tot en met een zijde van 1200 mm en +/- 4 mm bij een zijdeafmeting groter dan 1200 mm. De afmetingen zijn gestandaardiseerd overeenkomstig de afmetingen van rechthoekige metalen kanalen.

2.5.1.7 Uitvoeringsmogelijkheden

De uitvoeringsmogelijkheden van mineraalwol luchtkanalen zijn:

  • steenwol met cement buitenmantel, geschikt voor binnenopstelling;
  • glaswol met 100 micron aluminiumfolie buitenmantel, geschikt voor
    binnenopstelling, inwendig voorzien van een ingebakken glasvlies of 50
    micron aluminium.

2.5.1.8 Zichtwerk

Indien in een luchttechnische installatie een deel van het luchtkanaalsysteem dient te worden uitgevoerd als “zichtwerk”, zal dit worden uitgevoerd zoals het overige kanaalwerk, tenzij dit in het bestek c.q. de uitvoeringsspecificatie anders is vermeld. Bij kanaalwerk, aangemerkt als zichtwerk, zullen uitwendig aangebrachte stickers en aanduidingen worden verwijderd, terwijl de vereiste luchtdichtheid door inwendig kitten zal worden verkregen. Aanvullende maatregelen in het kader van zichtwerk behoren normaliter niet tot de standaard uitvoering.

2.5.1.9 Bochten

h2_2_5_1_9

Bochten worden uitgevoerd als:

  • bochten met een hoek groter dan 45° dienen te worden voorzien van schoepen;
  • haakse bochten worden voorzien van schoepen cq. airturns.

2.5.1.10 Verlopen

Verloopstukken worden zo uitgevoerd, waarbij de tophoek in principe maximaal 60° bedraagt.

2.5.1.11 Aftakkingen

Een aftakking (een afsplitsing van een doorgaand hoofdkanaal), kan tot stand worden gebracht door middel van een recht of een stromend hulpstuk en vindt plaats onder een hoek van 90°. Luchttechnische aspecten bepalen mede het type uitvoering.

2.5.1.12 Instelkleppen

Instelkleppen worden handinstelbaar uitgevoerd en dienen om een installatie in te regelen. Ze zijn voorzien van een deugdelijke vastzetinrichting, waaruit tevens
de klepstand blijkt. Het klepblad, van hetzelfde materiaal als het luchtkanaal, wordt uitgevoerd in een enkele plaat met een dikte van tenminste 0,8 mm
(uitgevoerd volgens onderstaande tekening) tot een maximale bladbreedte (B) van 300 mm en tot een maximale oppervlakte van 0,09 m². Bij de klepbladen worden de randen evenwijdig aan de asrichting afgerond en verstijfd.

2.5.1.13 Erosiebestendigheid

Teneinde de erosiebestendigheid te kunnen garanderen, zijn de kanalen inwendig afgewerkt met een ingebakken glasvlies of aluminium, afhankelijk van de toepassing. De luchtsnelheid in het kanaalsysteem mag nergens meer bedragen dan 12 m/s.

2.5.1.14 Rookontwikkeling, brandvoortplanting en brandbaarheid

Mineraalwol kanalen dienen onbrandbaar te zijn en minimaal te voldoen aan klasse A2 volgens DIN 4102 en klasse 1 NEN-EN 13501. Rookgetal ≤ 1 (rookdichtheid verwaarloosbaar).

2.5.1.15 Toelaatbare systeemdruk

De maximaal toelaatbare systeemdruk bedraagt:

  • voor rechthoekige glaswolkanalen met een aluminium buitenmantel 500 Pa.;
  • voor rechthoekige glaswolkanalen met een polyester buitenmantel 1000 Pa.;
  • voor achthoekige glaswolkanalen met een polyester buitenmantel 1000 Pa.;
  • voor rechthoekige steenwolkanalen 850 Pa.

2.5.1.16 Bedrijfstemperatuur

De maximale bedrijfstemperatuur bedraagt voor glaswolkanalen en steenwolkanalen met stalen profielen 120° C.

2.5.1.17 Overgang van mineraalwol naar staal

De overgang van rechthoekige mineraalwol luchtkanalen naar stalen luchtkanalen kan doormiddel van een drietal principes gerealiseerd worden. Welk principe wordt toegepast, is afhankelijk van de gewenste overgang. De materiaalkeuze van de overgang is afhankelijk van het stalen luchtkanaal waarop aangesloten dient te worden, bijvoorbeeld gegalvaniseerd staal, RVS of aluminium.