Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[2.4.3] Instort luchtkanalen van kunststof

2.4.3.1 Materiaal kwaliteit

Kunststof wordt meer en meer toegepast voor ventilatiekanalen. Ter uitbreiding van het bestaande stalen instortkanaal voor de woningbouw ziet men steeds vaker ook kunststof luchtverdeelsystemen. Voor het vervaardigen van deze luchtkanalen wordt gebruik gemaakt van PE, polyetheen. Het is mogelijk dat de kanalen fabrieksmatig voorzien zijn van antistatische en antibacteriële additieven. De kanalen zijn geschikt voor temperaturen tussen de -20 °C tot +60 °C.

h2_2_4_3_1

2.4.3.2 Wanddikte

Al naar gelang type is de gemiddelde wanddikte circa 5 mm.

2.4.3.3 Verbindingen

Verbindingen op de hoofd/subverdeelboxen en ventielcollectoren geschiedt door een klikverbinding voorzien van rubberen afdichting. Hierdoor ontstaat een waterdichte verbinding zodat cementwater niet in het kanaal kan binnendringen. Normaliter worden er geen verbindingen gemaakt om twee kanaaldelen aan elkaar te koppelen, de kanalen worden geacht rechtstreeks de verbindingen te maken met verdeelboxen en ventielcollectoren.

2.4.3.4 Afmetingen

Kunststof verdeelsystemen worden in diverse vormen en afmetingen gemaakt.
De meest voorkomende vorm is een rond kanaal met de mogelijke afmeting:
ø50, ø63, ø75 of ø90 mm.

2.4.3.5 Lengte van kanaal

Kanalen worden geleverd op rol.

2.4.3.6 Hoofd (sub)verdeelbox

Op de hoofdverdeelbox sluiten alle ventielcollectoren van eenzelfde verdieping aan, en zit tevens een aansluiting voor de stijgleidingen van spiraal gefelste buizen.

2.4.3.7 Aansluitcollectoren en aansluithuls

Om ventielen aan te sluiten zijn er ventiel aansluit collectoren. Al naar gelang de luchthoeveelheid worden deze voorzien van 1, 2 of 3 kanalen, welke naar de hoofd (sub)verdeelboxen lopen.

2.4.3.8 Luchtdichtheid

Goed aangesloten kanalen op de collectoren/verdeelboxen voldoen minimaal aan luchtdichtheidklasse C. Hierdoor is het dus ook mogelijk om de kanalen te gebruiken in bijvoorbeeld verlaagde plafonds in renovatieprojecten.

2.4.3.9 Bochten

Er zijn in principe geen bochten beschikbaar voor de flexibele kanalen. Bochten en obstakels worden vermeden door de flexibele slang erlangs te leiden. Verticale bochten dienen altijd voorzien te worden van een geleiding.

2.4.3.10 Afdichting

De niet gebruikte openingen op verdeelboxen en collectoren worden afgedopt met de meegeleverde kunststof deksels. De niet gebruikte openingen in de verdeelboxen aan boven/onderzijde worden afgedicht met de meegeleverde speciedeksels.

2.4.3.11 Montage

De instortkanalen dienen zodanig op de betonvloer of bekisting te worden vastgezet, dat de kanaaldelen niet kunnen gaan drijven tijdens het storten van het beton. Dit gebeurt door middel van speciale beugels geschikt voor deze kunststof kanalen, welke aan beide zijde van het kanaal met inslagpluggen aan het beton of bekisting worden bevestigd. Er zijn meerdere methoden om het instortkanaal voldoende te bevestigen, doch het kanaal moet maximaal om de 1 meter vastgezet worden. (zie afbeelding hieronder).

h2_2_4_3_11

De diverse collectoren en verdeelboxen dienen apart te worden vastgezet met de op deze artikelen aanwezige bevestigingspunten. Beschadigde onderdelen mogen niet worden gemonteerd en dienen vervangen te worden. Alle openingen dienen door middel van kunststof doppen/deksels te worden dichtgezet. Voor juiste montage en bevestiging dient altijd de richtlijnen van de fabrikant gevolgd te worden.

h2_2_4_3_11b