Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[2.2.2] Ronde kanalen van aluminium

2.2.2.1 Plaatkwaliteit

Voor het vervaardigen van aluminium ronde luchtkanalen wordt plaatmateriaal toegepast in de kwaliteit AL Mg3-EN AW 5754 Mill Finish volgens NEN-EN 573/485.

2.2.2.2 Plaatdikte

Buizen
De aluminium luchtkanalen worden uitgevoerd in een plaatdikte, die afhankelijk is van de diameter, zoals onderstaand gespecificeerd. Uitgaande van de diameter geldt voor de minimale plaatdikte bij standaarduitvoering:
h2_2_2_2_2benc

Hulpstukken
Hulpstukken worden uitgevoerd in een plaatdikte die afhankelijk is van de diameter. Uitgaande van de diameter geldt voor de minimale plaatdikte bij standaarduitvoering:h2_2_2_2_2benc

2.2.2.3 Verbinding in buizen

De verbinding in het spiraalgewikkelde band wordt uitgevoerd in een vlakke fels, waarbij voldoende stijfheid en luchtdichtheid wordt verkregen.

2.2.2.4 Verbinding in hulpstukken

De verbinding van de naden in hulpstukken wordt zo uitgevoerd dat voldoende stijfheid en luchtdichtheid wordt verkregen. Deze verbinding wordt uitgevoerd door middel van lassen of felsen.

2.2.2.5 Lengte van buizen

Buizen worden standaard geleverd in lengten van 3000 of 6000 mm. Uit technische overwegingen wordt de lengte in principe niet kleiner uitgevoerd dan de diameter van de buis met een minimumlengte van 300 mm.

2.2.2.6 Diameters

De buizen worden uitgevoerd in standaarddiameters die zijn aangegeven in NEN-EN 1506, namelijk 63 - 80 - 100 - 125 - 160 - 200 - 250 - 315 - 400 - 500 - 630 - 800 - 1000 en 1250 mm. Aanvullende maten, genoemd in de norm zijn; 150 - 300 - 355 - 450 - 560 - 710 - 900 - 1120 mm.

2.2.2.7 Bochten

Wat vorm betreft worden bochten standaard uitgevoerd met een straal gemeten over het hart van de bocht, gelijk aan de diameter, met uitzondering van de diameters 63 en 80 waarvan de straal 100 mm is. Standaard worden bochten uitgevoerd in hoeken van 15°, 30°, 60°, 45° en 90°, in gesegmenteerde uitvoering met een tolerantie van ± 2°. Segmentbochten 45° bestaan uit minimaal 3 segmenten.

2.2.2.8 Verlopen

Verlopen kunnen zowel symmetrisch als a-symmetrisch worden uitgevoerd en hebben een tophoek van minimaal 15° en maximaal 60°. Voor geperste verlopen mag de tophoek maximaal 90° zijn. Standaard worden symmetrische verlopen toegepast.

2.2.2.9 Aftakkingen

Een aftakking (afsplitsing van een doorgaand hoofdkanaal) kan tot stand worden gebracht door middel van een:

  • zadelstuk, in combinatie met rechte buis;
  • T-stuk, als compleet hulpstuk;
  • kruisstuk, als compleet hulpstuk; en kan standaard worden uitgevoerd onder hoeken van 90° en 45°. Uitvoeringen onder een hoek < 45° dienen uit technische overwegingen te worden vermeden.

h2_2_2_2_9b

2.2.2.10 Splitsingen

Een splitsing is een deling van een hoofdkanaal in twee doorgaande kanalen.
Hij kan tot stand worden gebracht door middel van een:

  • broekstuk;
  • omgekeerd T-stuk.

Bij een broekstuk kan de splitsing plaatsvinden onder een hoek van α = 90° of 60°. Bij een omgekeerd T-stuk vindt de splitsing plaats onder een hoek α = 180°.

2.2.2.11 Verbindingsstukken

Deze vinden standaard hun toepassing bij:

  • verbindingen tussen buizen onderling;
    Dit hulpstuk, uitgevoerd in hetzelfde materiaal als de buizen en voorzien van een stootrand, brengt een inwendige verbinding tot stand.
  • verbindingen tussen hulpstukken onderling;
    Dit hulpstuk, vervaardigd uit hetzelfde materiaal als de buizen, is glad uitgevoerd en brengt een uitwendige verbinding tot stand.

De grootte van de insteeklengte van de hulpstukken is afgestemd op NEN-EN 1506. Voor de overlaplengte dienen de volgende minimale lengten te worden aangehouden:
h2_2_2_2_11

De verbindingen worden vastgezet door middel van zelfborende parkers en
worden afgewerkt door gebruik te maken van:

  • tape met synthetische rubbermassa (= zelfvulkaniserende krimpband);
  • pvc-tape alleen bij afzuigkanalen;
  • alu-tape alleen bij afzuigkanalen;
  • linnen-tape alleen bij afzuigkanalen;
  • versterkte PE-tape met acrylische lijmmassa;
  • twee componentenband.

De genoemde tapes dienen volgens de aanbevelingen van de leverancier te worden aangebracht.
Bij gebruik van ronde hulpstukken, voorzien van een rubber afdichting (zg. “Safe”), blijft bij éénmalige montage de afwerking met tape normaliter achterwege.

Bij dakkanalen dient rekening gehouden te worden met de weersbestendigheid / UV bestendigheid van het toe te passen afdichtingsmateriaal.

2.2.2.12 Instelkleppen

Instelkleppen worden handinstelbaar uitgevoerd en dienen om een installatie in te regelen. Geperforeerde klepbladen dienen te worden vermeden. Zie 3.2.4. Inregelklep –rond voor een uitgebreide omschrijving.

2.2.2.13 Einddeksels

Deksels worden uitgevoerd in hetzelfde materiaal als de buizen.

2.2.2.14 Toleranties

De maximale tolerantie voor de lengte van een kanaal is ± 0,005 x L. De tolerantie voor de diameters is in de tabel hiervoor weergegeven. De maximale tolerantie voor hoeken is ± 2°.