Luka Handboek - Nederlandse vereniging van Luchtkanalenfabrikanten

[2.11.1] Luchtdichtheid luchttransportweg

2.11.1 Algemeen

Luka streeft er naar om in nauwe samenwerking met leveranciers c.q. fabrikanten van appendages de optredende luchtlekkage van de luchttransportweg te beperken en hiermee het energiegebruik van de luchtbehandelingsinstallatie te verminderen. Onder de luchttransportweg dienen te worden begrepen:

  • luchtkanalen;
  • tussen te monteren appendages;
  • flexibele slangen en roosterplenums.

2.11.2 Luchtdichtheid van luchtkanalen

Alleen in uitzonderingsgevallen moet een kanaalsysteem volkomen luchtdicht zijn. Om veiligheidsredenen is een lek ontoelaatbaar, bij bijvoorbeeld transport van gevaarlijke gassen of bij sterk verontreinigde lucht. Een kanaalsysteem voor een ventilatie- en klimaatbeheersingsinstallatie, dat volgens de gangbare productiemethoden wordt vervaardigd, vertoont op naden en verbindingen een zekere mate van lek. Het is gewenst de toelaatbare hoeveelheid leklucht om redenen van economie en hinder, vast te leggen. Hoewel de lek optreedt aan de dwars- en langsverbindingen, in het bijzonder bij de hoeken, wordt aangenomen dat de hoeveelheid leklucht evenredig is met het kanaalwandoppervlak. Uit onderzoek is gebleken dat de hoeveelheid leklucht per m² wandoppervlak kan worden geschreven als:

ø LA = f.Ps0,65 (l / s.m²) waarin:
ø LA = hoeveelheid leklucht per m² oppervlak
f = lekfactor
PS = statische druk in Pa

2.11.3 Klassen van luchtdichtheid

De toelaatbare hoeveelheid leklucht wordt gerelateerd aan klassen van luchtdichtheid, waarvoor een toetsingsdruk geldt, die ontleend is aan NEN-EN 1507 en 12237. Internationaal worden de volgende klassen gehanteerd:

Indien besteksmatig niet anders is aangegeven, hanteert Luka standaard klasse C als luchtdichtheidseis. Door meting kan worden vastgesteld of het onderzochte kanaaldeel aan de gestelde eis voldoet. In de praktijk wordt na meting met een daarvoor geschikt testapparaat direct de mate van lek beoordeeld aan de hand van een grafiek, waarin voor de gegeven dichtheidsklasse C het maximaal toelaatbare luchtlekverlies voor gemonteerde kanaaldelen staat aangegeven.

Voor de uitvoering van de lektekst wordt het volgende in acht genomen:

  • het te testen deel is gemonteerd, doch bij voorkeur niet voorzien van uitwendige isolatie;
  • het te testen deel is luchtdicht afgescheiden van de rest van het systeem en voorzien van eventueel tussen gemonteerde appendages waarvoor de toetsingseisen vast staan;
  • indien een totaal kanaalsysteem, oftewel de luchttransportweg, wordt beoordeeld, heeft het te testen deel een oppervlak van minimaal 10 m² en maximaal 80 m²; (afhankelijk van de capaciteit van de testapparatuur)
  • het te testen deel wordt gedurende 5 minuten op de toetsingsdruk (= testdruk) gehouden, alvorens de lekvolumestroom wordt gemeten;
  • maximaal zal 1% van het totale oppervlak van het kanaalproject worden getest. Standaard wordt 1 persproef per project uitgevoerd;
  • de afwijking van de testdruk mag ongeveer 20 Pa bedragen.

2.11.4 Werkingsprincipe

De lektester bestaat in principe uit een ventilator met regelbaar toerental, een manometer om de druk in het luchtkanaal te meten, een gekalibreerd inlaatstuk (venturi) en een nauwkeurige manometer om de zuigdruk in de venturi te meten. Er worden 3 verschillende inlaatstukken meegeleverd (elk met een eigen curve) om het gehele bereik van de lektester te kunnen omvatten. Wanneer de lektester is aangesloten op de te testen kanaalsectie, wordt het toerental zodanig geregeld, dat de vereiste testdruk binnen de gestelde marge gehandhaafd blijft. De hoeveelheid lucht die door lekkage verloren gaat, wordt via de venturi van de lektester aangezogen. Door het aflezen van de schuine buismanometer kan de luchtlekkage in l/s in de tabel op de lektester worden afgelezen. Het meetinstrument dient eens per 3 jaar gekalibreerd te worden en dient een meetnauwkeurigheid te bezitten van ± 5 %. Naast de boven omschreven lektester kan deze ook zo uitgevoerd zijn dat digitaal kan worden afgelezen. Door de blijvende nauwkeurigheid kan kalibratie eens per 5 jaar plaats vinden. E.e.a staat omschreven in de EN 1507 en de EN 12237.

2.11.5 Bepaling oppervlak van het te testen kanaal

In de volgende tabel wordt de bepaling aangegeven van het aantal m² systeemoppervlak, welke gebruikt moet worden in de formule voor de luchtlekkage. In de tabel wordt voor de appendage een lengte van 1000 mm aangehouden, tenzij de werkelijke lengte groter is dan 1 meter. Dan wordt de werkelijke lengte ingevuld (zie ook 6.2 Opmetingsmethodiek).

h2_2_11_5_0b

Luka lektestrapport luchtkanalen/luchttransportweg

Download hier het 'Luka lektestrapport luchtkanalen/luchttransportweg'